De wielrenner en de medezeggenschapper

Voorzichtig, bijna liefdevol, raakt de hand het frame aan. Het is zo glad als ie lijkt. Glanzend in de opkomende ochtend zon. Verliefd kijk hij naar het stuur. Een spierwit stuurlint. Zelf gewikkeld, dus precies zoals het moet, precies zo hij het wil. Een tik op de pedalen. Soepel en bijna geluidloos zet de ketting zich in beweging. Als een Italiaans krenkstel zou opa Cor zeggen. Toch is het zijn eigen vertrouwde Sram. Dubbel voorblad en achter het zelf en naar zijn eigen persoonlijke voorkeur opgebouwde achterverzet.

Bijna twee jaar hing de fel gele mooi gepoetste Stevens aan de haak. Natuurlijk keek hij er af en toe naar en natuurlijk ging er af en toe een doekje over. Natuurlijk werden er af en toe even wielen gemonteerd. Bandjes op spanning gezet. Natuurlijk even het pad af en een rondje tot voor aan de straat. Alleen als het droog was. Wielen er uit. Doekje er over en weer aan de haak. Natuurlijk zou er een moment komen dat ze weer samen zouden genieten van het Twentse asfalt. Natuurlijk zou hij in z’n veelkleurig shirt niet opvallen. Natuurlijk zou iedereen z’n gele racemonster herkennen.

Natuurlijk zou hij bij opa Cor langs gaan. Voor een kop koffie. Eigenlijk om even bij te komen. Natuurlijk praten ze over vroeger. Over de vele kilometers samen. Opa Cor als 72 jarige en hij als 27 jarig broekie. Een broekie met een gebrek. Een broekie dat niet van het sublieme Italiaanse materiaal houdt. Natuurlijk gaar het niet alleen over fietsen. Ook over de avonturen in Kyrgyzstan. Ook vroeger dus. Ook mannenpraat. Over de ideale vrouw voor een coureur. Opa Cor die haar jaren geleden al vond. Bij hem duurde dat wat langer. Natuurlijk hij is ook jonger en zij ook. Beide vrouwen hebben iets met wielrennen. Of hebben ze iets met een wielrenner? Praten over dat hij eindelijk z’n studie heeft afgemaakt.

Ze praten ook over hun  verslaving. Een verslaving aan de bidon, aan de kilometers en aan het asfalt. Natuurlijk “wass sich liebt dass neckt sich”. Daar, als het gaat over het asfalt, blijkt dat er geen bloedband is tussen hem en opa Cor. Opa Cor droomt over, droomt van en droomt in asfalt. Kilometers asfalt. Asfalt over bergen, dijken, door dorpjes en kilometers zonder dat je iemand ziet. Hij, het broekie, droomt in drek, zand, modder, regen, wind, sneeuw en keien.  Onberijdbare zandpaden door de bossen, door greppels en met doodsangsten van de berg naar beneden. Niet normaal en levensgevaarlijk. Volgens opa Cor. Maar verder is het een prima broekie.                                                               Natuurlijk zou het gaan gonzen via facebook en twitter. Volgend jaar terug in peloton of gewoon deze winter weer modderhappen??????.

Natuurlijk gaat dit verhaal niet alleen over fietsen éh wielrennen. Dit verhaal gaat ook over een andere verslaving. Een verslaving die medezeggenschap heet. Over de terugkeer van een medezeggenschapsdier. Iemand die jaren geleden afscheid nam maar die het niet kan laten. Niet omdat het pluche zo heerlijk is. Niet omdat macht zo goed voelt. Niet omdat hij z’n tijd niet vullen kan met z’n normale werk. Ook niet omdat hij tijd over heeft.

Jaren geleden nam hij met stille trom afscheid. Jaren had hij deels in de spotlight en nog veel meer in de luwte zijn bijdrage geleverd aan de medezeggenschap. Het was tijd voor fris bloed. Tijd voor nieuwe ideeën. Tijd voor jonge mensen die het allemaal beter konden en wisten. Binnen zijn bond wilden de “Angry Young Man” ruimte voor een moderne aanpak van de medezeggenschap. Dienend als hij was besloot hij als eerste van de oude garde plaats te maken. Natuurlijk was er op de lijst een goed evenwicht tussen aanstormend talent en routine. Hij kwam op een niet direct verkiesbare plek. Hij voerde geen campagne voor voorkeurstemmen, was loyaal naar de “kop van de lijst”

Hij was tevreden met z’n werk. Natuurlijk bleef hij de ontwikkelingen volgen. Hij las elke keer keurig het nieuws vanuit de OR. Ook volgde hij de publicaties van het bedrijf.  Gelukkig kwamen de gekozenen vanuit zijn bond regelmatig langs. Af en toe samen naar het rookhok om bij te praten. Regelmatig kwam de vraag hoe deden jullie dat of hoe kijk jij daar tegenaan. Thuis werd hij steeds handiger met internet. Hij volgde de ontwikkelingen in hun bedrijfstak. Volgde ook de vernieuwingen in de medezeggenschap. Volgens z’n vrouw kon hij geen afscheid nemen. Volgens hem bleef hij gewoon betrokken. Steeds weer ontdekte hij nieuwe dingen. Steeds vaker werd hij aangesproken door ORleden. Soms werd er naar zijn mening gevraagd. Soms werd er gebruik gemaakt van zijn geheugen. Hij ontdekte steeds meer kennis op internet. Op een kwade c.q. goede dag werd hij gevraagd voor een commissie die zich bezig ging houden met de reorganisatie van de afdeling Finance. Eerst twee dagen de hei op om bijgepraat te worden. Het thuisfront ontving dit niet met gejuich. Maar hij bloeide op. Stond fluitend z’n koffer te pakken. Aan tafel werd al drie dagen nergens anders over gepraat. Niet over de inhoud maar over pa die zich eigenlijk gedroeg  als een coureur die voor het eerst weer gaat koersen, die het asfalt of de modder ruikt.

Is er een verschil tussen de coureur die z’n fiets aan haak hangt ( Een beetje wielrenner hangt z’n fiets niet aan een willekeurige wilg of welke andere boom ) en een medezeggenschapper die naar de reservebank gaat?

Wat beide gemeen hebben is de liefde voor hun 2e vak. Sommigen zeggen dat het een verslaving is. Beide kijken af en toe liefdevol naar hun gereedschap. Of dat nu een glimmende gele fiets of een vakblad is. Beide volgen de nieuwe ontwikkelingen. Van lichtere en a-symetrische tandwielen en wijzigingen in de WOR. Van nieuwe geo-metrie in de frames tot alternatieve overlegvormen. Van een onsje minder gewicht tot afschaffen van subsidie op scholing. Van een versterkt carbon frame tot de invoering van de wet werk en zekerheid.
Wielrenners en medezeggenschappers schijnbaar een wereld van verschil maar toch…………